Columns:

 

Vaccin baarmoederhalskanker

Archeologische dienst
De meest pessimistische regering
De wet van Bartjens
Het Blaylock welzijnsrapport 
Loslippig

 

Archeologische dienst

 

Door het enthousiasme van de Archeologische dienst komen er steeds minder verzamelaars en zullen de musea ook minder bezocht worden om de waardevolle collecties te bekijken. Want zolang de Archeologische Dienst vindt dat mensen die een scherf vinden en oprapen dieven en criminelen zijn zal het aantal zoekers (amateurarcheologen?) aanzienlijk verminderen waardoor de belangstelling ervoor (voor ons erfgoed) straks niet meer leeft onder de jeugd en is het doel bereikt dat die dienst klaarblijkelijk voor ogen heeft: kelders vol, depots vol, en niemand meer geïnteresseerd.
Ieder ruim(wel)denkend mens weet dat het belangrijkste van een herkenning het gevoel is dat naar boven komt. Want op het moment dat je je eerste scherf opraapt en je ziet dat er een stukje van een wapenschild of een baardman op staat dan gaat je hart open, want je weet dat het stukje misschien uit de negentiende eeuw, maar ook uit een van de vorige eeuwen tot zelfs uit de veertiende eeuw kan stammen! En dan word je nieuwsgierig: je gaat boeken kopen, gaat naar beursjes en beurzen en je bezoekt musea.
Daar wordt dan een nieuwe hobby geboren: een nieuwsgierigheid naar cultuur. Daarom is het zo jammer dat de meeste musea niets meer tentoonstellen waarbij Maastricht wel de kroon spant, want stonden er vroeger in het Bonnefantenmuseum nog keukenkastjes met de meest zeldzame kruiken, wat wel geen gezicht was maar ze stonden er tenminste nog: nu zijn ze weg.

Het resultaat van een opgraving in Maastricht waarvan men de scherven naar Venlo gebracht heeft is toch niet erg logisch te noemen. Ook heeft het museum Booymans van Beuningen zijn mooiste verzameling, die (eens) aan de heer Van Beuningen de Vries toebehoorde, opgeborgen. Het enige dat overgebleven is zijn de prachtige boeken die ons herinneren aan de tijden dat dit schitterende handwerk gemaakt werd. Als je nu nog iets ervan wilt zien dan moet je naar Raeren of Düsseldorf gaan. Ook leuk voor de amateur die zijn scherf wil herkennen.
Door deze ontwikkelingen blijven steeds meer mensen weg waardoor de musea of het museum dat zo’n collectie nog tentoonstelt het steeds moeilijker krijgt en we zo’n museum gerust ‘de laatste der Mohicanen’ kunnen noemen.
En: waar zijn de musea voor kinderen gebleven? Want in het kader van de vergrijzing is straks de oude generatie verzamelaars uitgestorven en komt er geen nieuwe meer zodat het enthousiasme voor onze cultuur mee gecremeerd wordt. Als ik nu hoor dat er criminele schatgravers bezig zijn geweest dan denk ik als burger: ‘het mag niet, maar of het nu opgegraven wordt en ik zie het niet, of als het legaal opgegraven wordt en het verdwijnt in de kelders van andere gemeenten: wie is dan de crimineel?!
Ik hoop dat, als mensen die de Archeologische Dienst en de musea vertegenwoordigen dit stuk gelezen hebben, ze niet in hun ego schieten, maar constructief de nieuwe generatie gaan enthousiasmeren zodat die generatie onze oude cultuur weer kan terugvinden en kan bekijken.